Waarom nabijheid in een relatie met autisme kan wisselen

Je kunt naar je partner verlangen en toch ruimte nodig hebben zodra diegene naast je komt zitten. Je kunt behoefte hebben aan verbinding, maar op dat moment geen gesprek meer kunnen voeren. En je kunt aanraking missen, terwijl een arm om je heen later ineens te veel voelt.

Voor je partner kan dat tegenstrijdig zijn. Misschien is het dat voor jou ook.

Toch betekent een wisselende behoefte aan nabijheid niet automatisch dat je gevoelens veranderen. Soms is de liefde er nog precies zoals daarvoor, maar is er tijdelijk minder ruimte om contact, aanraking of verwachtingen te verwerken.

Nabijheid is niet alleen emotioneel

Dicht bij iemand zijn vraagt meer dan liefde alleen.

Een gesprek vraagt dat je luistert, woorden verwerkt, gezichtsuitdrukkingen probeert te begrijpen en op het juiste moment reageert. Lichamelijke nabijheid brengt aanraking, warmte, geur en beweging met zich mee. Zelfs prettig contact kan daardoor extra informatie zijn die je zenuwstelsel moet verwerken.

Op een rustige dag kan dat fijn en verbindend voelen. Na een werkdag, sociale verplichting, verandering in de planning of een omgeving vol geluiden en indrukken kan precies hetzelfde contact te veel worden.

Niet omdat je partner iets verkeerd doet. En ook niet omdat jij minder betrokken bent.

Soms is de behoefte aan verbinding niet verdwenen. Alleen de ruimte om nabijheid te verdragen is kleiner geworden.

Wanneer afstand als afwijzing voelt

Voor een partner is niet altijd zichtbaar wat er vanbinnen gebeurt.

Als jij je terugtrekt, stiller wordt of liever niet aangeraakt wilt worden, kan je partner dat ervaren als afstand. Misschien denkt diegene dat je boos bent, geen belangstelling meer hebt of liever alleen verdergaat.

De logische reactie kan zijn om juist méér contact te zoeken:

“Is er iets?”

“Waarom doe je zo afstandelijk?”

“Kunnen we hier even over praten?”

Maar wanneer je al overprikkeld of uitgeput bent, kan die toenadering als een nieuwe vraag voelen waarop je moet reageren. Je trekt je verder terug. Je partner voelt zich nog onzekerder en probeert opnieuw contact te maken.

Zo kan een patroon ontstaan waarin jullie allebei de verbinding proberen te beschermen, maar elkaar juist steeds moeilijker bereiken.

Niet minder liefde, maar minder beschikbare ruimte

In veel relaties wordt nabijheid gezien als bewijs van liefde. Wie van iemand houdt, wil praten, aanraken, samen zijn en belangstelling tonen.

Maar bij autisme kunnen behoefte en belastbaarheid verder uit elkaar liggen.

Je kunt iemand willen spreken zonder op dat moment woorden te kunnen vinden. Je kunt behoefte hebben aan troost, maar aanraking niet verdragen. Je kunt graag samen zijn, zolang er niet tegelijkertijd gepraat of gereageerd hoeft te worden.

Dat verschil is belangrijk.

Wanneer iedere behoefte aan afzondering wordt uitgelegd als relationele afstand, ontstaat er gemakkelijk schuldgevoel. Jij probeert misschien over je grenzen heen toch beschikbaar te blijven. Je partner blijft ondertussen zoeken naar bevestiging die op dat moment moeilijk te geven is.

De vraag is dan niet alleen: willen we bij elkaar zijn?

Een minstens zo belangrijke vraag is: welke vorm van nabijheid is er op dit moment mogelijk?

Verbinding kan verschillende vormen hebben

Soms helpt het om nabijheid niet als één vaststaand iets te zien.

Verbinding kan ook betekenen:

  • samen in dezelfde ruimte zijn zonder te praten;

  • vooraf vragen of aanraking prettig is;

  • zeggen: “Ik wil wel bij je zijn, maar nu even niet aangeraakt worden”;

  • een moeilijk gesprek uitstellen tot er meer rust en verwerkingstijd is;

  • duidelijk maken dat behoefte aan afzondering niet hetzelfde is als de ander afwijzen;

  • samen zoeken naar contact dat voor jullie allebei veilig en haalbaar voelt.

Dit zijn geen regels die voor iedere relatie werken. Het gaat er vooral om dat jullie woorden vinden voor wat er gebeurt, voordat stilte, terugtrekken of overprikkeling een betekenis krijgt die misschien niet klopt.

Wat gebeurt er werkelijk tussen jullie?

Relatieproblemen ontstaan niet altijd doordat twee mensen iets anders willen. Soms ontstaat de pijn vooral doordat ze hetzelfde moment anders begrijpen.

De één ervaart terugtrekken als afwijzing.

De ander ervaart toenadering als een extra beroep op energie die er niet meer is.

De één probeert dichterbij te komen om de relatie te herstellen.

De ander heeft eerst afstand nodig om überhaupt weer beschikbaar te kunnen worden.

Wanneer dat patroon zichtbaar wordt, hoeft het niet langer te gaan over wie er schuldig is. Dan kunnen jullie samen onderzoeken wat er onder de afstand, irritatie of verwarring ligt en welke vorm van verbinding op dat moment wél mogelijk is.

 

Wil je beter begrijpen wat er tussen jullie gebeurt?

In de online kennisgids Tussen Nabijheid en Overprikkeling onderzoeken we hoe autisme kan doorwerken in communicatie, aanraking, energie, intimiteit en de behoefte aan afzondering.

De gids is gebaseerd op ervaringsonderzoek onder vrouwen met autisme of een vermoeden van autisme. Daarbij is er afzonderlijke aandacht voor wat er bij haar gebeurt én voor wat haar partner kan ervaren.

Geen relatievoorschrift en geen zoektocht naar wie het verkeerd doet. Wel meer taal voor patronen die gemakkelijk worden uitgelegd als desinteresse, onwil of afwijzing.


Geschreven door Lyette van Dijk
Psycholoog en oprichter van The Autism Way

Vorige
Vorige

Autisme en de overgang: waarom je ineens minder aankunt

Volgende
Volgende

Rust zonder veiligheid is geen rust